eennaam[1]

je hebt een NAAM

De schrijfster neemt ons mee naar een boom in haar tuin.  Daar gebeurt  iets. In een moment is de boom niet enkel “een boom.”    Zij krijgt er een persoonlijke naamwoord bij.  Ze benoemt de  “nieuwe” boom met de naam die zij in haar  gedachten heeft.  Voortaan leven boom en naam samen.

Tussen haakjes .

Bij de Godsnaam is zoiets ook zo gegaan.  Bij de Hebreeën en hen omringende volkeren waren er heel wat goden en afgoden.  Op een goed moment loopt het bij het Joodse volk anders.  Hun God bevrijdt de Joden uit de  macht van Egyptische Farao.   Deze God heeft de naam.  “Ik zal zijn , die ik zal zijn. ” Deze God draagt een persoonsnaam.  Heere.    En zo heet hij voortaan in de gebeden Heer, onze God.   Of Adonai of Wezer. de Naam.

Terug naar de ” Boom in de tuin ”

Ooit zag ik een uitvaart van een militair die tijdens zijn dienst was overleden. Aan beide kanten van de weg staan collega’s in  militair tenue. Alles bij elkaar was het indrukwekkend. Mijn vriendin en ik keken daarnaar en vonden heel deze ceremonie overdreven.   Maar we ontdekten dat  we op een verkeerd spoor zaten. Je moet die ceremonie niet naar beneden halen. Maar we kunnen iedere uitvaart van elke burger juist ook  voornaam en veelzeggend maken.

Toen ik als pastor in een psychiatrische instelling werkte, ben  ik  voorgegaan in heel, heel kleine begrafenissen. Maar niemand hoeft dit kleine gebeuren weg te poetsen.

En steeds herinner ik me de liefdevolle woorden van een man, van wie zijn vrouw ernstig dement is. Als mensen in zijn omgeving  opmerkten dat zijn vrouw zijn naam toch niet meer kende, antwoordde hij: ”  Maar ik haar naam nog wel.”

maak het goed. zo goed als je kunt

 

ben

 

 

 

Laat een reactie achter