maardragen[1]

je lijden MAAR DRAGEN

De twee woorden ” maar dragen”   vormen een stukje van het zinnetje:  Niet klagen maar dragen;  en bidden om kracht.

Veel christenen zijn opgegroeid  met dit gezegde. Het stond op tegeltjes en schilderijtjes. Ieder begreep toendertijd deze taal. Taal die hoorde bij het gevoel van de machteloosheid en aanvaarding.

Maar er was ook weerstand  tegen. Men vond het onmenselijk om het zo te zeggen. Zo liefdeloos? Is het echt liefdeloos?   Het lijkt me, dat we  de zieke  nu anders benaderen.  In onze tijd zijn er meer manieren om de zieke nabij te blijven.  Dat kan echt van mens tot mens verschillen.

Voorbeelden. We gaan haar of hem  bevestigen en leggen ons neer bij de  traditionele slachtofferrol van de zieke. Of we werpen ons op als een medestander van de zieke in de spanning die het leven vraagt.  Of we steunen de zieke als hij of zij op zoek gaat naar de schuldige. Of de veroorzaker van de aandoening door een ongeluk.

In deze tijd leven we ook met de grote paradox tussen de  vermeende  maakbaarheid van ons leven en  vormen van lijden, die ons overkomen.  We lijken toch met lege handen te staan. Of toch niet?

Ik geloof dat er niet veel mis is met de betekenis van “maar dragen.” In ieder groter en vervelender leed kunnen we ervaren, dat we dat leed onder ogen zien. Dat we met elkaar – nu-  nog niet in staat zijn de kwaal te behandelen. We kunnen het leed niet met een toverstokje  ongedaan maken. We hebben er draagkracht voor nodig om deze draaglast op onze weg mee te voeren.

We kunnen elkaars karretje  duwen. Wie duwt jouw karretje  wel eens?

maak het goed. zo goed als je kunt

ben

 

 

 

Laat een reactie achter