beloven

BELOVEN

Beterschap beloven.  Daar zitten twee kanten aan.

De ene kant.

Als het om de gezondheid van een patiënt gaat, kan de zorgverlener je geen beterschap beloven. Als het medicijn zeker helpt,  kan de arts zeggen dat het probleem over zes weken voorbij is. Dat heeft niets met beloven te maken.

In de zorg  gebruiken we het weinig. Heb je je zorgverlener wel eens horen zeggen:  “Ik beloof u dat de behandeling  zal aanslaan.”  Of ” Ik kan je niet beloven dat de operatie  gaat lukken.”

Als het om zorgverlening gaat, klinkt beloven  vreemd in de oren.  ” Beloven doe je in de kerk, maar in het ziekenhuis en de operatiekamer  moet je het zeker weten.”

Me dunkt dat de meeste patiënten zich met vertrouwen tot de zorgverleners wenden. Zo geloven we wel in de man of vrouw, met wie we bij voorbeeld in het verpleeghuis te maken krijgen.

 

De andere kant

Beterschap beloven kan wel, als je daarmee te kennen geeft dat je de volgende beter zult opletten. Zodat de slordigheid niet meer voorvalt.  Een voorbeeld. Een patiënt krijg nog steeds niet een glutenvrij dieet. En hij heeft al zo vaak  doorgegeven dat hij een gruten allergie heeft. Dan kan de diëtiste aangeven dat ze beterschap belooft.

 

Wie serieus een belofte doet, kan deze niet zomaar naast zich neerleggen.  Beloofd is beloofd. De cliënt belooft de diëtiste dat hij zich aan het dieet zal houden. De arts belooft dat zij een vraag van de patiënt nog even goed bekijkt.

 

 

maak het goed. zo goed als je kunt.

ben

 

 

 

 

Laat een reactie achter