Meer over mij

Ben Roest gracht

Mijn zielskracht

Ik heb veel moeten ondergaan en ik was een lange tijd niemand meer.  Een leeg omhulsel  zonder innerlijke wereld. Maar iets blijft me aankleven. Leefkracht is overgebleven, toen al het andere mijn lichaam had verlaten. Ik vermoed dat deze kracht verband houdt met de ziel.  Ik noem haar mijn zielskracht. De kracht, die ten einde toe de restanten van je geestelijk leven en lichaamsdelen wel bij elkaar ziet en houdt.  En die bij je lichaam blijft.

 

Een “ontmoeting “

Geloof en de Bijbel zijn belangrijke bronnen voor mijn bestaan.

Uit de bijbel springt op een goed moment een verhaal er uit. Daarin staat de volgende zin.

Als een van deze mannen Jezus ziet, schreeuwt hij tegen Jezus: “Wat mij en wat jou.”      ( Matteüs 8, vers 29: Marcus 5,  vers 7 en Lucas 8, 28).

Meestal vertaald door:   “Wat is er tussen mij en u, Jezus?”   Voor mij  was dat een tijd met niet alleen deze vraag aan Jezus, maar aan iedereen.  Dus de  tijd waarin ik  met niemand nog een relatie hoefde.

De betekenis van God en mijn geloof in God zijn in de jaren met mijn dwarslaesie in een ander licht komen staan.

Dat komt in teksten soms ter sprake. Dan benoem ik dat.  In andere teksten worden woorden soms geloofswoorden.

 

Ik noem de God in  mijn geloof graag op een vrouwvriendelijke wijze.  Dus deze God mogen we  ook met  ZIJ aanspreken.

Of  mijn aanroep  ” Ene en Enige “.   Deze  vind je in het eerste testament. In het boek Deuteronomium  6, vers 4.

Klein

Klein schrijven over grote ervaringen. Ik zoek hier hulp bij Catharina Visser. Zij is schrijfster  en dichter. Als zij 70 jaar wordt verschijnt haar boek:  ‘ Sta op en Schitter ‘

Een van de hoofdstukken heet ‘ Het ijle’ . Over de taal en het woordloze.  Zij buigt zich over de vraag hoe je woorden vindt, voor iets waarvoor geen woorden zijn.

Schrijven

Catharina  geeft me moed als ze zegt: “Er bestaat een instrument in jezelf, waarmee je al je ervaringen en aangeleerde woorden kunt vertalen in iets nieuws. Een taal die -bijna- weergeeft wat je voelt en ziet en waarmee je de wereld kunt omvatten, tot orde brengen.  (…) Met taal kun je schoonheid en ellende peilen.  De schrijver begaat paden van woorden en hij beklimt bergen van taal. De taal die hij zoekt, vindt hij zelden aan het begin van de weg .”